Orde van Sint Jacob

Afb. boven: Bewerkte versie van Willem Steelink (I), naar Lambertus Lingeman, 1865 – 1870. Rijksmuseum. Graaf Floris V sticht de orde van St. Jacob, 1290,

De Orde van Sint Jacob in Holland werd in 1290 ingesteld door graaf Floris V van Holland, gesticht als een ridderorde. De Orde is momenteel een dynastieke orde verbonden aan het Huis Bentheim dat als rechtsopvolger van de graven van Holland geldt. Zijn doelstelling is het behoud van ridderlijke normen en waarden. De Orde wordt voor het eerst in overgebleven stukken genoemd in een kroniek uit het begin van de 14e eeuw (Chronyk van Holland, van den klerk uit de laage landen by der zee […] ):

Grave Florys, deze eedele vorste, als hy die Vlamingen wederstaen hadde, besette hy Zeelant, ende tooch in Hollant. Ende als hy daer een tyt vredelick geweest hadde, dochte hy over, hoe dat hy in zynre tyt alsoe veel gheoorloocht ende zoe merlgen bloedigen stryt gestreden ende gestormt hadde, ende oick in eenre sterfte zoe veel gestorven dat hy al te luttel ridderscaps in zynen lande hadde, des hy qualiken te vreeden was. Ende om zyn ridderscap te meeren zoe ontboet hy, op enen heiligen kersdach by hem te hove te comen veertich, die ryckste ende oirbaerste huysluyden, die hy in den lande van Hollant bevinden conde, ende die wel gegoet waren ridders staet te houden. Mit dese XL. goede mannen hylt hy hoegen hof, ende int eynde van den maeltyt zoe sloech hy se ridder, ende gaf hem wapen, ende beval hem voirtaen ridderscap te oeffenen, ende wel te doen ende varen elc hoers weeghes. … Aldus soe eerde dese eedele grave syn goede luden, die eerbaer en duegende waren van weldaden ende van rycheeden, ende en sach die (af) coemst nyet an; maer hy meerde zyn ridderscap ende zyn eedel lude, daer hy hem zelven ende zun lant meede eerde; wanttet immer eerlick (= eervol) is, dat veel ridders in eenen lant syn. Hier om ende omdat hy zyn goede huysluden alsoe dueen te beroemen plach ende lief hadde, soe haddens die oude ridderscap sommigen groten nyt, ende plagen desen grave te noemen der keerlen God.

Vertaling:

Graaf Floris, deze edele vorst, bezette Zeeland nadat hij de Vlamingen had weerstaan, en trok vervolgens naar Holland. Toen hij daar enige tijd in vrede had geleefd, bedacht hij zich dat hij in zijn regeerperiode zoveel oorlog had gevoerd en zo menig bloedige strijd en aanval had doorgemaakt. Ook waren er tijdens een epidemie zoveel mensen gestorven, dat hij veel te weinig ridders in zijn land overhad. Hier was hij zeer ontevreden over. Om zijn ridderschap aan te vullen, beval hij op een heilige kerstdag veertig van de rijkste en meest aanzienlijke welgestelde boeren (huishouders) die hij in Holland kon vinden, om naar zijn hof te komen. Zij bezaten voldoende vermogen om de levensstandaard van een ridder te kunnen bekostigen. Met deze veertig goede mannen hield hij een groots hofbanket. Aan het einde van de maaltijd sloeg hij hen tot ridder, gaf hij hun wapens en beval hij hun voortaan de ridderlijke plichten te vervullen, het goede te doen en ieder huns weegs te gaan.… Op deze manier eerde deze edele graaf zijn goede onderdanen, die eerbaar waren en uitblonken in goede daden en rijkdom. Hij keek hierbij niet naar hun afkomst, maar vergrootte zijn ridderschap en adel, waarmee hij zichzelf en zijn land eer aandeed. Het is immers altijd eervol wanneer er veel ridders in een land zijn. Om deze reden, en omdat hij de gewoonte had zijn goede boeren zo te prijzen en lief te hebben, koesterde de oude adel een enorme afgunst jegens hem. Zij hadden daarom de gewoonte om deze graaf ‘de God van de boeren’ (der keerlen God) te noemen.

Chronyk van Holland, van den klerk uit de laage landen by der zee […]

Later kreeg deze Orde zijn huidige naam: Orde van Sint Jacob (zie o.a. Hoge Raad van Adel, Collectie Mr. A.C. baron Snouckaert van Schauburg (1803-1878), inv. nr. 147).

Ontwikkeling

Afb.: Musée du LouvreCollection Edmond de Rothschild. Jacques Charles Bar, Chevalier de St. Jaques en Hollande. Parijs 1778/79.

Na de middeleeuwen, wanneer veel ridderorden in de vergetelheid raken, blijft de Orde van St. Jacob in stilte voortbestaan. Hoewel macht en aanzien zijn verdwenen en andere orden op de voorgrond treden, wordt de Orde consistent vermeld in historische werken door zoals Boxhorn, Van Gouthoven, Schoonebeek, Butkens, De Rouck en Le Petit (zie de literatuur aan het einde van deze pagina). Een opvallende verandering in deze periode is de introductie van het achtpuntige kruis, dat op de mantel wordt gedragen. Deze ontwikkeling weerspiegelt een bredere trend in de 16e eeuw, waarin veel ridderorden het Latijns kruis inruilen voor het Maltezer kruis. De beeltenis van St. Jacob blijft echter behouden in een rond medaillon aan de ketting.

In 1814 overweegt koning Willem I de Orde van St. Jacob nieuw leven in te blazen als nationale ridderorde. Uiteindelijk kiest hij echter er voor zijn nieuwe orde de Orde van de Nederlandse Leeuw te noemen (J.A. van Zelm van Eldik. Moed en deugd. Ridderorden in Nederland. De ontwikkeling van een eigen wereld binnen de Nederlandse samenleving. Zutphen, Walburg Pers, 2003. p. 164 ev.).

In de moderne tijd is de Orde blijven voortleven binnen katholieke kringen, waar zij is overgedragen aan nieuwe ridders. Helaas is een deel van de documentatie verloren gegaan, met name tijdens de Tweede Wereldoorlog. Wel zijn er fragmenten van ledenlijsten overgebleven.

Met een groeiend ledental wijdt de Orde zich momenteel aan charitatieve taken, terwijl de geschiedschrijving en het beheer van het historische archief centraal blijven staan.

De Orde van Sint Jacob is een historisch instituut in de Nederlandse geschiedenis. Haar verhaal blijft boeien en inspireren.

Band met de oorsprong

Literatuur: Genealogisches Handbuch des Adels, Fürstliche Häuser Band XVII, C.A. Starke Verlag, Limburg an der Lahn 2004, pp. 122-130.

De gouverneur van de Orde is Zijne Doorluchtige Hoogheid G.V.K.J. Prinz zu Bentheim und Steinfurt, die als nakomeling van de graven van Holland ook het hoogste gezag binnen de Orde heeft. Zijn geslacht vertegenwoordigt een dynastieke lijn die terug te voeren is tot de graven van Holland, een connectie die gevestigd werd in de 12e eeuw (Genealogisches Handbuch des Adels, Fürstliche Häuser Band XVII, C.A. Starke Verlag, Limburg an der Lahn 2004, pp. 122-130).

De vroegste gedocumenteerde bewoners van Kasteel Bentheim waren Otto II van Rheineck en zijn moeder Geertruid van Northeim. Hun heerschappij markeert het begin van een opeenvolging van adellijke families die het kasteel bezaten. De cruciale link met het Hollandse gravenhuis wordt gelegd door Sophia van Rheineck, de zuster van Otto II. Haar huwelijk met Dirk VI, graaf van Holland (regeerperiode 1121-1157), resulteerde in de geboorte van Otto van Bentheim, die vervolgens Kasteel Bentheim erfde.

In de daaropvolgende eeuwen ging het kasteel via erfrecht en huwelijksallianties over naar verschillende families. In de 14e eeuw kwam het kasteel in handen van de familie Van Güterswyk, die zich later Van Bentheim noemde. Door een huwelijk werd Kasteel Steinfurt toegevoegd aan hun bezittingen, waarmee de basis werd gelegd voor de titel Prinzen zu Bentheim und Steinfurt.

Deze titel, officieel erkend door de koning van Pruisen in 1817, reflecteert de accumulatie van territoria en de consolidatie van macht door het gemediatiseerde Huis Bentheim-Steinfurt. De huidige titelhouders zijn directe afstammelingen van Otto van Bentheim, en daarmee van Graaf Dirk VI van Holland, waarmee het historisch erfgoed in de moderne tijd doorloopt.

Symboliek

Het Maltezer kruis is een symbool dat vaak op Malta, maar ook in de rest van de wereld wordt gebruikt. Het kruis is vooral te vinden in emblemen van brandweercorpsen, ziekenhuizen en bij andere hulpverlenende instanties. Het kruis heeft vier zijden in de vorm van pijlpunten, waarbij de punten van de pijlen elkaar raken in het middelpunt van het kruis. Het wit staat voor reinheid en onschuld.

De Jacobsschelp of Sint Jacobsschelp is sinds de middeleeuwen het Christelijk symbool van de heilige Jacobus. De symboliek van de schelp in het algemeen gaat verder terug. Er zijn afbeeldingen van schelpen bekend uit de Romeinse tijd, waar de schelp het symbool was voor geboorte en wedergeboorte.

Organisatie

  • Gouverneur: Zijne Doorluchtige Hoogheid G.V.K.J. Prinz zu Bentheim und Steinfurt, KJH
  • Plaatsvervangend Gouverneur: Zijne Doorluchtige Hoogheid M.B.B.W.R.P.E.A. Prinz zu Bentheim und Steinfurt, KJH
  • Grootmeester: drs. A.H.Chr. de Bruijn, KJH, MD
  • Kanselier: drs. ing. G.F.W. Kol, KJH
  • Thesaurier: mevrouw drs. A. Jansen, DJH, LLB
  • Kanselier Emeritus: dhr. A.G. Smits, KJH
  • Coadjutor: Bar. Dr. rer. nat. h.c. R.A.U. Juchter van Bergen Quast, KJH, LLM

Contact

  • Email: mail@ordevansintjacob.nl
  • LinkedIn
  • Kamer van Koophandel: 41214053
  • Kantooradres: Pelgrimshuis, Grotekerksbuurt 13a, 3311 CA Dordrecht

Literatuur

De geschiedenis van de Orde is beschreven in het artikel The Order of Saint James and the Counts of Holland. Overige literatuur is hieronder opgenomen.